Skip links

Lucratief Belang Regeling

De lucratief belang regeling: wanneer een aandelenbelang wordt belast als arbeidsinkomen

Ondernemers, managers en werknemers ontvangen steeds vaker aandelen, opties of participaties als onderdeel van hun beloning. Vooral binnen private equity, investeringsfondsen en snelgroeiende ondernemingen is dit gebruikelijk via managementparticipaties. Een succesvolle verkoop van de onderneming kan dan tot aanzienlijke winsten leiden.
Veel mensen gaan ervan uit dat zo’n waardestijging automatisch als beleggingsrendement wordt belast, in box 2 of box 3. Dat is niet altijd het geval: onder omstandigheden merkt de Belastingdienst de opbrengst aan als een zogenoemd lucratief belang. De winst wordt dan niet gezien als vermogensrendement, maar als een voordeel dat voortvloeit uit verrichte werkzaamheden, belast in box 1.

Wat is een lucratief belang?
Van een lucratief belang is sprake wanneer iemand een belang houdt waarmee een potentieel zeer hoog rendement kan worden behaald, en dit belang mede is verkregen vanwege werkzaamheden die hij of zij (of een verbonden persoon) voor de onderneming verricht. De regeling is per 1 januari 2009 ingevoerd (artikel 3.92b Wet IB 2001) om te voorkomen dat arbeidsbeloningen worden omgezet in laag belaste vermogenswinsten.
Zonder deze regeling zou een manager met een relatief klein en goedkoop belang bij een verkoop van de onderneming een onevenredig hoog rendement kunnen behalen. De wetgever ziet zo’n voordeel eerder als beloning voor arbeid dan als een normaal rendement op vermogen.

Wanneer speelt de regeling?
De lucratief belang regeling komt vooral voor bij:
managementparticipaties binnen private-equity structuren;
carried interest-regelingen van investeringsfondsen;
achtergestelde aandelenklassen (kort gezegd: klassen die minder dan 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of preferente aandelen met een preferentie van ten minste 15% dividend per jaar);
bepaalde opties, vorderingen en andere vermogensrechten met een asymmetrisch rendement;
participaties van bestuurders, managers en andere sleutelfunctionarissen.
Niet de naam of vorm van het instrument is doorslaggevend, maar de vraag of het rendement in belangrijke mate samenhangt met de werkzaamheden van de houder. Deze beoordeling is sterk feitelijk van aard: rechters kijken telkens naar de concrete omstandigheden van het geval, waardoor een pasklaar antwoord vooraf niet altijd mogelijk is.

Doorstoten naar een persoonlijke holding
Wordt het belang gehouden via een persoonlijke holding B.V., dan biedt artikel 3.95b Wet IB 2001 een keuzeregime (de “doorstootregeling”). Keert de holding in hetzelfde kalenderjaar ten minste 95% van de netto-voordelen uit als dividend aan de aandeelhouder, dan blijft heffing in box 1 achterwege en wordt uiteindelijk in box 2 geheven over het dividend.
Deze regeling is technisch complex: de 95% grens geldt per kalenderjaar en per uitkering, en een onjuiste opzet of timing kan alsnog tot heffing in box 1 leiden. Zorgvuldige structurering en vastlegging zijn dan ook essentieel.

Actuele wetswijzigingen: Belastingplan 2026
In het Belastingplan 2026 zijn twee wijzigingen voorgesteld die de doorstootregeling raken:
Hogere belastingdruk in box 2 (de “multiplier”). Voor lucratieve belangen die via de holding in box 2 worden belast, wordt het inkomen straks vermenigvuldigd met een factor, waardoor het effectieve tarief oploopt tot maximaal 36% (in plaats van de huidige circa 31%). Dit raakt met name private-equity structuren en carried interest. Een aparte vrijstelling of drempel voor kleine belangen is hierbij vooralsnog niet voorzien.
Antimisbruikbepaling bij herstructurering. Daarnaast wordt artikel 3.95b Wet IB 2001 aangevuld om te voorkomen dat waardeaangroei van een lucratief belang onbelast blijft wanneer dit belang wordt ingebracht in (of gecombineerd met) een vennootschap waarin al een aanmerkelijk belang bestaat, of wanneer een aanmerkelijk belang pas later ontstaat. De aangroei tot dat moment wordt dan alsnog belast, ook als voor de doorstootregeling wordt gekozen.
De invoering van de multiplier maatregel is inmiddels bij amendement uitgesteld van 1 januari 2026 naar 1 januari 2028. Bestaande en nieuwe structuren doen er goed aan de verdere parlementaire behandeling te volgen en tijdig te (laten) toetsen wat deze wijzigingen voor hun situatie betekenen.

Praktische aandachtspunten
Bij een managementparticipatie is het belangrijk vooraf te beoordelen of sprake kan zijn van een lucratief belang. Relevante vragen zijn onder meer:
Waarom wordt het belang verkregen, en staat dit in verband met de werkzaamheden?
Welke rechten zijn aan het belang verbonden, en is een buitenproportioneel rendement mogelijk?
Is het belang op dezelfde voorwaarden beschikbaar voor alle investeerders, of alleen voor management?
Wordt het belang rechtstreeks of via een holding gehouden, en is de doorstootregeling van toepassing?

Ten slotte speelt op de achtergrond een bredere discussie over de concurrentiepositie van Nederland: verzwaring van de regeling kan ook gevolgen hebben voor werknemersparticipaties bij start- en scale-ups. Voor die doelgroep wordt gewerkt aan een aparte regeling, waarbij ook wordt gekeken naar de samenhang met de lucratief belang regeling.

Conclusie
Een aandelenbelang leidt niet automatisch tot een fiscaal gunstige behandeling als vermogensrendement. Is een belang mede verkregen vanwege werkzaamheden en bestaat de mogelijkheid van een uitzonderlijk hoog rendement, dan kan sprake zijn van een lucratief belang, belast in box 1.
Met name binnen private equity, investeringsfondsen en managementparticipaties verdient deze regeling bijzondere aandacht. Een goede fiscale analyse vooraf, en tijdige afstemming over de structurering, voorkomt onaangename verrassingen bij een toekomstige verkoop.

Heeft u te maken met een managementparticipatie of investering binnen een private-equity structuur?
De fiscale behandeling van aandelenbelangen kan complex zijn en is sterk afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Wilt u weten welke gevolgen de lucratief belang regeling voor u kan hebben? Neem gerust contact met ons op, wij denken graag met u mee.